Alles heeft een einde en een worst wel twee

De avondschemering is ingevallen. De sfeer in het café is als een glas bockbier. Verwarmend en rijk, maar tegelijkertijd ook fris en monter. Er ligt niets zwaar op de maag. Hoewel dat makkelijk ook anders zou kunnen, maar dat past niet bij ons team. We zijn types van handen uit de mouwen, blijmakers tot de laatste druppel. We denken nog niet aan de sluiting. En dus vieren we nog een laatste feestje, dertig man binnen en veertig personen op het terras.

De avond vordert, tien uur nadert en ik draai ‘De hoogste tijd’ van Rudi Carrell. Dat liedje is totaal anders dan het gelijknamige nummer van André Hazes, het liedje van Carrell is weemoedig. Het doet me denken aan de soundtrack van Baantjer, zo’n sfeer. ‘Morgen zit ik ergens anders, je bent me weer voor heel lang kwijt…’ zingt Rudi. Het zet een andere sfeer neer. Ondanks dat de woorden van Rudi anders bedoelt zijn, zijn ze wel waar. De lichten gaan aan en we sluiten. In ieder geval voor vier weken.

De volgende ochtend vergaderen we met het team. Waar we bij de vorige sluiting al tijdens de vergadering met verf en kwasten in de handen stonden zijn er dit keer maar een paar kleine klusjes te verdelen. Dus vier weken treurig op de bank zitten? Nee, natuurlijk niet.

We duiken onze keuken in om bier te gaan brouwen. Als een soort studieproject en teambuilding tegelijkertijd. Ieder personeelslid van De Boom krijgt een training over bier als hij of zij aangenomen wordt. Hoe wordt bier gemaakt, waar komt de kleur, geur en smaak vandaan? Hoe ontstaat alcohol in het bier? Wat zijn de juiste taproutines? Het wordt tijdens de training allemaal uitgelegd. De meesten van ons team hebben meerdere brouwerijen bezocht, maar aanhoren hoe het brouwproces in elkaar steekt is anders dan het zelf doen. En dus gaan we zelf de handen uit de mouwen steken.

We gaan twintig liter bier brouwen. Eerst beslissen we gezamenlijk wat voor soort bier we willen gaan maken. We ontwikkelen onze eigen receptuur en schroten onze mout. Om beurten roeren we onze maisch, alles met de hand. Met het brouwproces zijn we een dag bezig. En als het brouwsel af is zal het gebotteld moeten worden. Daar zijn we een middagje mee bezig. Alles bij elkaar niet voldoende werk om vier weken volledig mee te vullen.

De overige dagen staan in het teken van veel sporten, want tijdens ons werk bewegen we veel, maar nu staan we dus letterlijk stil. Daarnaast stoppen we veel tijd in het op de hoogte houden we onze gasten. Er ligt al een heel plan klaar met social media uitingen en online proeverijen. Lang niet voldoende om elke dag mee bezig te zijn, maar we maken het beste er van.

Ik zeg wel eens: “Alles heeft een einde en een worst wel twee…”. Van de caféondernemers wordt weer veel gevraagd deze periode. Het is lastig om creatief en positief te blijven. Het ene einde van de worst staat voor het wéér dicht moeten. Het niet meer mogen doen wat we het liefste doen en wat we zelfs nodig hebben voor ons voortbestaan. Maar het andere einde van de worst staat voor het einde van de horecasluiting. Wanneer dat zal zijn is nog onzeker, maar dat er ook aan de sluiting een einde zit is zeker.