Vader Jacob…

Het mooie aan bier is dat het verweven zit in veel van ons dagelijks leven. Bijvoorbeeld in (straat)namen, kinderliedjes of uitdrukkingen in de Nederlandse taal. Metten zijn ochtendgebeden van monniken. Het woord stamt af van het Latijnse matutinus, wat ‘ochtend’ betekend. De metten zijn niet bij veel monniken populair, want het zijn de langste gebeden van de dag en ze moeten erg vroeg gezongen worden. Soms wel om drie uur in de ochtend! Daarom werden de metten nog wel eens afgeraffeld of ingekort, “korte metten maken” dus.

Jacobus Klaaszn was in 1835 zestien jaar oud toen hij als ‘novice’ -een nieuweling- in de abdij van Rotselaar kwam en ook hij was niet gecharmeerd van de metten. Het bier in de abdij werd gebrouwen door Vader Isidoor en Jacobus kwam bij Vader Isidoor in de leer.  De oude brouwmeester brouwde zijn bier naar zijn eigen karaktereigenschappen; rustig en ingetogen. Hoewel de brouwsels van Isidoor degelijk en constant van smaak waren, spannend waren ze dus niet. Toch leerde Jacobus bij hem ijverig over het brouwproces.

Op een mooie dag was Jacobus op bezoek bij de abdij van Rochefort. Ik zie helemaal voor me hoe hij ter plekke van het bier genoot. Dit bier was zó lekker en Jacobus werd zó enthousiast, zo’n bier wilde hij ook kunnen brouwen! Na zijn laatste slok haastte de jonge gelovige brouwer zich terug naar de abdij in Rotselaar. Meteen vroeg hij aan Vader Isidoor of hij een eigen bier mocht ontwikkelen, geïnspireerd op het bier van Rochefort.

Vader Isidoor gaf zijn goedkeuring, onder de voorwaarde dat Jacobus zijn experimenten in zijn vrije tijd deed. Gepassioneerd sloeg Jacobus aan het brouwen. Maar in een regime van bidden en werken kostte Jacobus’ geëxperimenteer dus zijn nachtrust, waardoor hij zich nogal eens versliep voor de metten. Maar dat wist u eigenlijk allang al, want dit verhaal wordt al jaren bezongen in het liedje “Vader Jacob, Vader Jacob, slaapt u nog…?”